Zaalhockey is een dynamische en snelle variant van veldhockey, gespeeld in een sportzaal. Het is een aantrekkelijke optie voor hockeyers die ook in de wintermaanden actief willen blijven. Hoewel het veel overeenkomsten vertoont met veldhockey, zijn er belangrijke verschillen in regels, uitrusting en speelstijl. Dit artikel biedt een uitgebreid overzicht van de spelregels voor zaalhockey voor de jeugd, zodat zowel spelers, coaches als toeschouwers een goed begrip van het spel hebben.
Wat is Zaalhockey?
Zaalhockey is een variant van hockey die binnen wordt gespeeld. Het is een totaal ander spel dan veldhockey, met afwijkende regels en beperkingen.
Uitrusting
De juiste uitrusting is essentieel voor veilig en effectief zaalhockey:
- Zaalhockeystick: In vergelijking met een veldstick is een zaalstick dunner. Houten zaalsticks worden nog wel gebruikt, maar de meeste zijn tegenwoordig van kunststof gemaakt.
- Zaalhockeyhandschoen: Een zaalhockeyhandschoen is verplicht. Het beschermt de hand tegen harde ballen en de vloer bij het blokken. Een harde bal op de duim kan ernstige gevolgen hebben, dus de handschoen is cruciaal.
- Binnenschoenen: Deze schoenen zijn anders dan buitenschoenen en zorgen voor goede grip op de zaalvloer.
- Bitje: Een bitje is essentieel om de tanden te beschermen. Ook in de zaal, waar de bal niet hoog mag komen (behalve bij een doelpoging), kan de bal via de stick omhoog springen.
- Scheenbeschermers: Scheenbeschermers zijn verplicht om blauwe plekken te voorkomen.
- Helm: Een verdediger die zonder keepersuitrusting als keeper optreedt (de vliegende keep) is verplicht een helm te dragen bij het verdedigen van een strafcorner en strafbal, maar is verder vrij om wel of niet de helm op te zetten. Spelen met de helm op is toegestaan, echter alleen op eigen helft.
Team en Veld
Een zaalhockeyteam bestaat uit 6 spelers, inclusief de keeper, terwijl een veldhockeyteam 11 spelers heeft. Het zaalveld is kleiner dan een veldhockeyveld, wat minder spelers vereist.
Algemene Spelregels
De KNHB (Koninklijke Nederlandse Hockey Bond) stelt de spelregels voor hockey in Nederland op, meestal in overeenstemming met de internationale regels van de FIH (International Hockey Federation). Hier zijn enkele basisregels:
Lees ook: Een diepgaande blik op de historische prestaties van het Duitse Dames Hockeyteam.
- Een team wint door meer doelpunten te scoren dan de tegenstander.
- Een doelpunt is geldig als de bal binnen de cirkel is geraakt door een speler van de aanvallende partij.
- Er mag onbeperkt worden gewisseld.
- Spelers mogen de bal alleen met de platte kant van de stick spelen, niet met de voet of andere lichaamsdelen.
Specifieke Zaalhockey Regels
Zaalhockey heeft specifieke regels die het onderscheiden van veldhockey:
- Push in plaats van slag: De bal mag alleen worden gepusht, behalve bij een doelpoging. Slag, scoop en flats zijn niet toegestaan.
- Balken: Er zijn geen zijlijnen, maar balken die gebruikt mogen worden om de bal te spelen.
- Bal uit: Een bal is alleen uit als deze over de achterlijn of over een van de zijbalken gaat.
- Strafcorner: Een opzettelijke overtreding door een verdediger buiten de cirkel en op eigen helft, wordt bestraft met een strafcorner. Voordat uit een strafcorner een doelpunt gemaakt kan worden, moet de bal na het aangeven buiten de cirkel zijn geweest.
- Vrije push: Spelers worden bestraft met een vrije push tegen plus waarschuwing als zij een pirouette maken en op korte afstand onverwacht en hard een bal tegen de tegenstander aan spelen. Het is verboden om een harde pass van dichtbij in de richting van een tegenstander te spelen die met zijn stick een block zet. De speler krijgt vrije push tegen + waarschuwing.
- Verdediging: Een verdediger die duidelijk met zijn stick en/of lichaam een pass of looplijn bij de balk “dichtzet” moet worden beschermd als een aanvaller de bal hier doorheen wil spelen.
- Scoren: Je mag niet liggend de bal erin tikken of een bal die hoog naast wordt geschoten erin tippen. Je kunt dus eigenlijk alleen scoren door een goed direct schot of door een tip in laag over de grond.
- Vliegende Keep: Een verdediger die zonder keepersuitrusting als keeper optreedt (de vliegende keep) is verplicht een helm te dragen bij het verdedigen van een strafcorner en strafbal, maar is verder vrij om wel of niet de helm op te zetten. Spelen met de helm op is toegestaan, echter alleen op eigen helft.
- Uitspeelcorner: Een uitspeelcorner is pas ten einde als de bal 3 meter buiten de cirkel geweest is.
- Opstelling bij strafcorner: Spelers van het verdedigende team bij een strafcorner die niet achter de achterlijn staan, moeten zich achter de kop van de cirkel aan de andere zijde van de zaal opstellen (dus niet meer achter de middellijn).
- Te vroeg uitlopen bij strafcorner: Als een aanvaller bij een strafcorner te vroeg de cirkel betreedt wordt de aangever bestraft.
- Vrije push binnen 3 meter van de cirkel: Bij een aanvallende vrije push binnen 3 meter van de cirkel, mogen verdedigers die in de cirkel staan en binnen 3 meter meebewegen, mits de vrije push direct genomen wordt. Ze mogen pas een poging doen om de bal te spelen als die 3 meter verplaatst is. Als de push niet meteen genomen wordt, moeten alle andere spelers 3 meter afstand nemen.
- Tijd voor strafcorner: Er is maximaal 30 seconden tijd voor het nemen van een strafcorner.
Wedstrijdduur
De wedstrijdduur varieert afhankelijk van de leeftijdsklasse:
- Senioren en Jeugd Topklassen (O18, O16, O14): 2x 20 minuten met 3 minuten rust.
- Overige klassen: 35 minuten zonder rust (scheidsrechters wisselen van helft na 17,5 minuut).
- O8, O9, O10: Zie onderstaande informatie.
De wedstrijdtijd start op de vastgestelde aanvangstijd, ongeacht of teams en scheidsrechters speelklaar zijn. Gedurende de wedstrijd wordt de tijd nooit stilgezet, ook niet bij blessures, kaarten of strafballen, behalve in Topklasse wedstrijden. Als de aanvangstijden niet worden gehaald, moet de zaalleiding de duur van de wedstrijden inkorten om de eindtijd te halen.
Overige Regels en Afspraken
- Geen 'shake hands': Vanwege het strakke tijdschema wordt afgezien van 'shake hands' bij aanvang wedstrijd.
- Zaalhockeycompetitie: Zaalhockey is voor iedereen die graag in de winterperiode wil hockeyen, ook als je geen veldhockey speelt. Neem contact op met de zaalhockeycommissaris van een vereniging in de buurt voor meer informatie.
- Blaashallen: Sommige verenigingen spelen in blaashallen, tijdelijke hallen met een speciale vloer. Deze hallen bieden ruimte voor 1 of 2 velden, maar hebben meestal geen bar of kleedkamer.
- Arbitrage en Interpretatie: Naast het spelreglement stelt de Commissie Spelregels jaarlijks een document op met arbitrage afspraken en een update van de standaard afspraken. Deze documenten bevatten extra uitleg over de interpretatie van de spelregels (bijvoorbeeld hoe gaan we om met een hoge bal?).
- Afwijkende Afspraken: Er kunnen afwijkende afspraken zijn voor de Hoofdklasse en internationale wedstrijden. Hoewel de KNHB de internationale regels van de FIH zoveel mogelijk volgt, zijn er soms kleine verschillen.
- Mobiele App: De spelregels zijn te raadplegen via de app van hockey.nl.
Teamsamenstelling en Invallen
- Teams bestaan uit maximaal 12 spelers, waarvan er maximaal 6 (meestal 5 + keeper) in het veld staan.
- Invallen: Invallen om een team te versterken is onwenselijk en wordt aangemerkt en behandeld als ‘onsportief gedrag’.
- Combiteams: Combiteams zijn teams bestaande uit een combinatie van 2 veldhockeyteams van dezelfde vereniging en worden aangeduid met een C’. Een speler uit een 1e lijns team mag ongelimiteerd invallen bij het combiteam; Een speler uit een tweede team mag ongelimiteerd invallen bij het combiteam en het 1e lijns team; Een speler uit een combiteam (bv. JO16 1/2 of JO18 11) mag ongelimiteerd invallen bij 1e lijnsteams (bv. JO16 1 of JO18 1) mits de speler de juiste leeftijd heeft; Een speler uit een combiteam mag niet invallen bij een op een lager niveau spelend team dan het team van herkomst veld én dat team van herkomst veld mag niet meer dan één klasse lager spelen dan het combiteam.
- Consequenties bij niet naleven speelgerechtigdheidsregels: 3 wedstrijdpunten in mindering en een boete.
Spelregels voor de Jongste Jeugd (O8, O9, O10)
Voor de jongste jeugd gelden aangepaste regels om het spel leuk en toegankelijk te houden:
O8
- Spelvorm: 5 tegen 5
- Veld: Gehele zaal (20 bij 40) met balken aan de zijkanten.
- Goals: Twee goals gevormd met pionnen op de achterlijn.
- Doelgebied: 5 meter van de achterlijn over de gehele breedte.
- Duur: 2x 10 minuten met 3 minuten rust.
- Begeleiding: De speelbegeleider heeft de fluit bij voorkeur zoveel mogelijk in de zak, bewaakt de voortgang van het spel, begeleidt de spelers en zorgt voor een sportief verloop van de wedstrijd.
O9 en O10
- Spelvorm: 6 tegen 6
- Veld: Gehele zaal (20 bij 40) met balken aan de zijkanten.
- Duur: 2x 15 minuten met 3 minuten rust.
Rol van de Keeper
De rol van de keeper is cruciaal in zaalhockey. Meer nog dan op het veld kan een keeper het verschil maken tussen winst en verlies.
Lees ook: De evolutie van hockey: een gedetailleerde analyse
Lees ook: Een overzicht van de carrière van Chloe Hockey en haar bijdrage aan het Nederlandse hockey.
tags: #spelregels #hockey #zaal #jeugd